1. Licht bouwen hoezo? Energieverbruik bij exploitatie van gebouwen is toch veel belangrijker?
Dat hangt af van het perspectief. Op de levenscyclus van een enkel gebouw levert energieverbruik voor klimaatregeling en verlichting inderdaad verreweg de grootste bijdrage aan milieubelasting. Maar je kunt ook in de breedte kijken naar de hele bouwbranche. Afhankelijk van de aannames neemt de bouw ongeveer een kwart van alle transport voor haar rekening en is het aandeel van de bouw in de productie van afval ongeveer een derde. Daaraan valt heel veel eer te behalen.

2. Doet klimaatregeling er voor jullie dan helemaal niet toe?
Jawel, maar via de constructie. Lichtgewicht bouwen brengt je automatisch bij het integreren van functies, zoals klimaatregeling, in de constructie. De klimaatregeling mag gewoon ook weinig wegen. Dat betekent dat je onder meer moet streven naar het benutten van warmteopslag die ter plekke beschikbaar is, bijvoorbeeld in grondwater of gesteente. Een optie die de laatste tijd meer aandacht krijgt is het gebruik van geothermische energie, warmte is die opgesloten onder de aardkorst. Je kunt het klimaat dan intelligent regelen met kleppen en het verpompen van water en lucht, zodat de hoeveelheid te genereren warmte of koelte minimaal is. Er zijn ook ontwikkelingen gaande op het gebied van warmteopslag in kunstvezels. Wie weet leveren die iets op. Je kunt verder denken aan principes op het gebied van vochtigheidsregulering, materialen die water kunnen opnemen en weer afstaan. In woestijngebieden bestaat op deze gebieden eeuwenoude ervaring. Daar moeten we opnieuw naar leren kijken.

3. Voor licht bouwen gebruik je composieten en kunststoffen. Zijn die niet brandgevaarlijk?
In de bouwpraktijk worden vezelversterkte kunststoffen nauwelijks toegepast, terwijl dit in andere sectoren wel al heel veel gebeurt, zoals scheepsbouw en lucht- en ruimtevaarttechniek. Niet alle kunststoffen zijn even brandbaar. Er zijn er die zelfdovend zijn en er zijn er die niet branden. Denk bijvoorbeeld aan teflon in pannen. Daarnaast kun je kunststoffen minder brandbaar maken door toevoegingen of brandvertragende coatings. Er is een huis van piepschuim dat dankzij een eenvoudige stuclaag aan de veiligheidseisen bleek te voldoen.
Los hiervan: brandveiligheid is niet zozeer een kwestie van alleen materialen, maar van het hele ontwerp. Het gaat er niet om dat de constructie volledig onbrandbaar is, maar dat deze bij brand tijdig en veilig verlaten kan worden. Het kan in bepaalde gevallen juist heel veilig zijn als een bepaald gebouwdeel bij brand heel snel verdwijnt.
In het verleden zijn hiermee flinke vergissingen gemaakt. Zo geloofde men in de jaren dertig van de vorige eeuw dat metaal voor vliegtuigen brandveiliger was. Het werkelijke gevaar bleek te schuilen in - het woord zegt het al – brandstof. Recenter bleken kunststof LPG tanks veiliger te zijn dan metalen, omdat ze bij brand kalm opensmelten en niet exploderen.

4. Licht betekent per definitie weinig massa en voor geluidsisolatie heb je toch juist massa nodig voor demping?
Nee dat klopt alleen als aangrenzende ruimtes alleen maar met één massieve wand of een voer/plafond van elkaar gescheiden zijn. Daarom heb je spouwmuren tussen woningen. En daarom ook zijn betonnen vloeren de afgelopen jaren domweg steeds dikker gemaakt tot niet minder dan 800 kg/m2, terwijl je ook aan 'spouwplafonds' zou kunnen denken. Je kunt geleiding van geluid voorkomen met constructieve maatregelen als het scheiden van ruimtes met dubbele wanden, het dempen van trillingen in constructies die ruimtes gemeenschappelijk hebben en via geluidsabsorptie.

5. Bij een harde storm komt het vaak voor dat gebouwdelen loswaaien en gevaar veroorzaken. Kun je daarom niet beter zware materialen gebruiken?
Zoals steeds is dat een kwestie van het ontwerp van de constructie. Verkeersvliegtuigen vliegen met een snelheid ten opzichte van de lucht vergeleken waarmee de allerhevigste tornado een lentebriesje is. En die waaien ook niet uit elkaar. Overigens is bij hoge gebouwen de windbelasting voor de constructie belangrijker dan het eigen gewicht. Er ontstaat in de architectuur dan ook geleidelijk meer belangstelling voor aërodynamica.

6. In het project mogen beton, staal en vlakglas niet meedoen. Maar daarmee kun je toch ook betrekkelijk licht en goedkoop bouwen?
Lightness Studios is niet principieel tegen het gebruik van deze materialen. Wat we willen is loskomen van het denken aan dit soort materialen voor het bouwen en in plaats daarvan denken over de functie en hoe je die met lichte materialen kunt vervullen. Een gewoon huis bijvoorbeeld, weegt in de orde van 200 ton. Zou je dit kunnen vervangen door een huis van 2 ton, eventueel aangevuld met materialen die op de bouwplaats aanwezig zijn (zand, lucht en water)?

7. Stel dat je slaagt in het realiseren van licht bouwen, help je dan niet de bouwindustrie in Nederland daarmee om zeep?
Wij zijn ervan overtuigd dat, vanwege de uitputting van natuurlijke hulpbronnen, er met het inzetten van innovatieve lichte oplossingen in Nederland een wereld te winnen is voor licht bouwen. Dit kan een enorme stimulans zijn voor de Nederlandse industrie om tot nieuwe internationaal concurrerende toepassingen te komen van bestaande of nieuw te ontwikkelen materialen en technologieën.