Het geheel: Ontwerp op schaal 1:12 een drijvende,
deels gesloten infrastructuur met 4 woonlagen 8 meter boven elkaar. Daarin
komen 7 huizen die exclusief buitenruimte 100 vierkante meter beslaan en
maximaal 8 meter hoog zijn.
Het model wordt aldus 2,5 meter hoog en beslaat een oppervlak van ca 10
vierkante meter. Dit zijn globale maten. Het steekt niet op een meter.
Deelnemers ontwerpen individueel een huis, uitgezonderd twee die elk een
woonjacht bouwen en één die een licht transport voor zijn
rekening neemt.
Er zijn daarbinnen drie groepsopdrachten:
Jordy Balvers, G + N, Willem Hoebink en Jurgen Bey werken aan
de constructie van de infrastructuur.
Bertjan Pot, Myrza de Muynck en Frank Spee ontwikkelen een publieke voorziening
in de infrastructuur.
Marije Kalshoven, Eugène van Veldhoven en Floor Koppenaal ontwerpen
vanuit het doe-het-zelf-principe.
Onderlinge afstemming is essentieel. Samenhang zit hem in principes
en kwaliteit, niet in stijl.
Afgezien van de technologische achtergrond, nieuwe materialen, verbindingen,
spelen thema's mee in de expressie: luxe, traditie, vertrouwdheid, kleur,
machismo, zachtheid, gadgets.
Vanwege de trend om geleidelijk polderland aan het water terug te geven
en met het idee dat wat lichtjes op water drijft ook op land kan ‘dobberen’,
is het de bedoeling een principe voor een drijvende infrastructuur te ontwikkelen.
Naast het infrastructuurscenario zullen andere invalshoeken worden verkend.
Er zou een scenario kunnen zijn op basis van de jachtbouw. Een luxe jacht
dat even groot is als een gemiddeld huis weegt ongeveer 90 procent minder.
Een bepaalde materiaaltechnologie kan ook een veelbelovend beginpunt zijn.
Datzelfde geldt voor de mode-industrie. Per slot van rekening is kleding
de meest efficiënte manier om een comfortabel microklimaat te creëren
waarin je kunt leven.